Oorlog

En toen kwam de oorlog met kogels en vechten
Met haat en met moord en een bombardement
Vol van executies en onderduikers
Een achterhuis, dagboek, het is u bekend

Ik moest in de oorlog, maar ik wou niet vechten
Dus maakte ik kogels, maar dan van papier
Mijn letters geweren, mijn zinnen kanonnen
En voor je het wist was het klaar met ‘t geklier

En ik won de oorlog, maar zonder te vechten
De vijand zag in dat het leuker zou zijn
Verhalen te schrijven en samen te zingen
Zo bracht ik de vrede en ook nog op rijm

Advertenties

Grijs

Wij woonden in een huis met bomen door het dak
Met blikjes en met dozen en met alles op gemak

Met gaten in de vloeren en het leven om ons heen
En wie ons daar kwam storen liet ons altijd snel alleen

We lagen in bed en we aten er ijs
En de tuinen waren grijs

Wij droomden van een leven op de planken in de stad
Maar wij zorgden dat de ander die dromen weer vergat

En we dansten en we zongen en we ruzieden wat af
Ons heden werd verleden van mijn geboorte tot jouw graf

Onze gevangenis en ons paradijs
En de tuinen waren grijs

Corpus

Waar het buigt en waar het stijf voelt
Waar het kietelt, waar het jeukt
Waar het glad is, waar het rimpelt
Waar het bolt en waar het deukt

Waar er haar groeit, waar het kaal is
Waar het scheef is en waar recht
Waar het bochelt, waar het pijn doet
Waar het nep is en waar echt

Waar het moedervlekt en blauwbekt
Waar het hard is en waar zacht
Waar het inzakt, waar het uitsteekt
Waar het huilt en waar het lacht

Waar het veel is en waar weinig
Waar het droog is en waar nat
Waar het hobbelt, waar het bubbelt
Waar het glanst en waar het mat

Waar het kleurt en waar het bleek is
Waar het sterk is en waar broos
Waar het bungelt, waar het slungelt
Waar het bang wordt en waar boos

Waar de trots zit en de schaamte
Waar het tekent, waar het fronst
Welk verhaal erachter schuilgaat
Waar het stil is, waar het bonst

Strand

Ik woon aan zee omdat ik strand ben
Soms win ik, soms wint hij
Een gevecht van eb en vloed
Soms duw ik, soms trekt hij

Ik met jutters, stoelen, lakens
Hij met spiegels, schuim en wier
Ik met korrels en kastelen
Hij met lopers in ‘t vizier

Ik woon aan zee omdat ik strand ben
Soms blaas ik, soms spuugt hij
Ons ballet komt nooit ten einde
Tot de eeuwigheid en hier